Joris van Spilbergen

woensdag 18 juni 2014

Peruaanse onderzoekers gaan mogelijk twee Spaanse schepen opduiken voor de kust van de hoofdstad Lima. De Santa Ana en de San Francisco zijn door de VOC-kapitein Joris van Spilbergen tot zinken gebracht op 16 juli 1615, maar wat had de VOC in het gebied te zoeken?

In 1531 zette ontdekkingsreiziger Francisco Pizarro voor het eerst voet aan wal in Peru. Met ongeveer 180 man wist hij al snel de Inca’s in het gebied te verslaan. De Spanjaarden waren met hun moderne wapens veel te sterk voor de Inca’s, die bovendien door een burgeroorlog onderling verdeeld waren. De ziektes die de Conquistadores, Spaanse veroveraars, meenamen decimeerden de Inca’s binnen mum van tijd, waardoor de Spanjaarden Peru snel veroverden.

Nederlandse Opstand

Spanje had in de 16e en 17e eeuw een enorm rijk opgebouwd. Het veroverde grote gebieden in Midden- en Zuid-Amerika en had ook in Europa veel macht. Zo had het al sinds 1555, het jaar dat Filips II koning werd van Spanje, de Nederlanden officieel in handen. Filips II bracht echter nauwelijks tijd door in de Nederlanden, tot ongenoegen van de bevolking. In 1581 begon de Nederlandse Opstand, waarin Filips II uiteindelijk werd afgezet. De Opstand zou tot 1648 duren toen de Vrede van Münster werd getekend. Van 1609 tot 1621 was het Twaalfjarig Bestand. In de Nederlanden werd toen niet gevochten, maar op zee was geen sprake van een staakt-het-vuren.

De VOC en de kaapvaart

Op 20 maart 1602 vond de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) plaats. De VOC was vooral gericht op de specerijenhandel met de Indische gebieden, maar kreeg later ook steeds meer politieke rechten. Zo kreeg het recht op kaapvaart namens de Nederlanden. Hoewel de West-Indische Compagnie (WIC) pas in 1621 werd opgericht, kwam de VOC al vóór dat jaar in de Caribische en Zuid-Amerikaanse wateren. Zo kreeg Joris van Spilbergen de opdracht via de Straat Magellaan, in het zuiden van Zuid-Amerika, naar Indië te varen.

Joris van Spilbergen

Joris van Spilbergen was in 1568 geboren in Antwerpen en werd in 1596 kapitein bij enkele voorcompagnieën, de voorlopers van de VOC. Hij voer enkele malen langs de Afrikaanse kust, totdat hij in 1601 opdracht kreeg naar Ceylon (Sri Lanka) en Sumatra te varen. Zijn verhalen over grote natuurlijke rijkdommen als kaneel, goud en edelstenen deed de VOC besluiten zich op Ceylon te vestigen. Zijn succesvolle reis zorgde ervoor dat hij in 1614 de opdracht kreeg naar de Molukken te varen en een nieuwe route via Zuid-Amerika te zoeken.Joris van Spilbergen, Wikimedia Commons

Zeeslag bij Arequipa

De Spanjaarden kwamen de plannen te weten en stuurden een vloot, onder leiding van Rodrigo de Mendoza, achter Van Spilbergen aan. De Spanjaarden waren nog steeds in oorlog met de Nederlanden en vonden het maar niets dat de VOC langs het Spaanse Rijk in Zuid-Amerika wilde gaan varen. Van Spilbergen voer langs de Zuid-Amerikaanse kust totdat hij bij Arequipa, zo’n 100 km van Lima, werd ingehaald door Mendoza. In de zeeslag die volgde wist van Spilbergen twee Spaanse schepen tot zinken te brengen. Hij vervolgde zijn reis en kwam rond april 1616 aan in Jakarta. Een jaar later rondde hij zijn wereldreis met succes af door terug te keren in Zeeland.

Santa Ana en San Francisco

De twee schepen die Van Spilbergen tot zinken bracht zijn nu door onderzoek met metaaldetectoren aan het licht gekomen en zullen waarschijnlijk boven water worden gehaald. De hoofdonderzoeker, historicus Jorge Ortiz, liet weten dat het vooral om resten van de schepen zelf, wapens en keramiek zal gaan en dat de vondst van goud en zilver vrijwel is uitgesloten. 

bron: Michel Bakker - http://www.isgeschiedenis.nl/nieuws/joris-van-spilbergen-en-de-zeeslag-bij-arequipa/

Over ons

De Steekproef biedt opdrachtgevers in heel Nederland archeologisch onderzoek en advies van hoogwaardige kwaliteit.
Wij vinden het belangrijk om onze opdrachtgevers vlot van dienst te zijn.

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen?
Stuur een bericht.
Wij antwoorden u zo spoedig mogelijk. Of bel:

(050) 577 97 84 (030) 820 05 34

Neem hier een kijkje in de bodem
De Steekproef | archeologisch onderzoek en advies in heel Nederland

stadsbewoners

Op plekken waar belangrijke (water-)wegen elkaar kruisten vindt sinds lange tijd handel en nijverheid plaats. Door de steeds efficientere landbouw, visserij en transport konden deze plekken bevoorraad worden en uitgroeien tot steden. Dit gebeurde vanaf de vroege middeleeuwen. Eén van de eerste handelssteden in Nederland is Dorestad (Wijk bij Duurstede). In de grond onder onze steden vinden we de resten van middeleeuwse gebouwen en het bewoningsafval dat ons veel kan leren over het gedrag van de mensen uit de middeleeuwen en moderne tijd.

Gedurende de middeleeuwen maakten de steden een grote groei door. In de Gouden Eeuw woonden er in Nederland, procentueel, meer mensen in steden dan in de rest van Europa. 

Als gevolg van de vrijheidsoorlog tegen Spanje kennen we in Nederland een groot aantal vestingsteden. In en rond veel steden kunnen we sporen verwachten van grachten en verdedigingswallen of stadsmuren, bolwerken en dergelijke.

 

vroege landbouwers

Vaak op grotere diepte vinden we de sporen van de vroege landbouwculturen. Meestal zijn dat scherven aardewerk en grondsporen van boerderijen en bijgebouwen. 

Vanaf de nieuwe steentijd (begin ± 7.000 jaar geleden) wordt op ons grondgebied landbouw bedreven. De omslag van een jager-verzamelaar-economie naar een landbouw-economie is één van de meest ingrijpende maatschappelijke veranderingen die ooit hebben plaatsgevonden. De mens ging permanent op één plek wonen en begon de omgeving naar zijn hand te zetten.

Bossen werden gekapt voor de aanleg van landerijen. De mens bouwde woonstal-huizen waar men met het vee onder één dak leefde. Voor de opslag van voedsel en het bereiden ervan begon men aardewerken potten te bakken. Een andere vernieuwing uit de nieuwe steentijd was de geslepen stenen bijl. Hiermee konden bomen worden gekapt voor de bouw van boerderijen en werden bossen ontgonnen. 

Metalen gereedschap kwam beschikbaar in de bronstijd (vanaf ± 4.000 geleden). Pas 1.200 jaar later werd er in ons land ijzer gesmeed. De winning en bewerking van metaal hadden grote gevolgen: men kon betere gereedschappen maken en daarmee de landbouwproductie sterk opvoeren. Het metaal werd ook gebruik voor het smeden van betere wapens. Hoogstwaarschijnlijk door de toenemende bevolkingsdruk en de ontwikkeling van complexe samenlevingen zien we in de ijzertijd de eerste (b.v. met palenkransen) versterkte dorpen. 

De komst van de Romeinen heeft een groot effect gehad op de economie en ontwikkeling van de toenmalige boeren-samenlevingen. Dit gold met name voor de gebieden ten zuiden van de Rijn: de grens van het Romeinse rijk.

jager-verzamelaars

De oudste menselijke bewoningssporen in Nederland zijn gevonden in de Belvédère groeve in Maastricht. Hier werden stenen werktuigen gevonden in combinatie met de botten van de wolharige neushoorn. Het gaat hier om de resten van slachtplaatsen of jachtkampementen van 250.000 jaar geleden. 

Hierna volgt een lange periode waarvan we geen aanwijzingen hebben voor menselijke bewoning in onze streken. Uit de periode 60.000 tot 35.000 jaar geleden kennen we vuurstenen werktuigen van de Neanderthaler. Tot nu toe zijn er enkele tientallen vuistbijlen en enige stukken bot (voedselresten) ontdekt.

De moderne mens, onze directe voorouder, betrad het huidige Nederland aan het eind van de laatste ijstijd: rond 13.000 jaar geleden.

Zes- tot zevenduizend jaar later, na de introductie van landbouwgewassen uit het nabije oosten begon de mens zijn eigen voedsel te produceren. Gedurende een lange overgangsperiode hield men zich zowel met landbouw als met de jacht en visserij in leven.

De voorwerpen die de jagers-verzamelaars hebben achtergelaten, bestaan voornamelijk uit vuurstenen werktuigen en afval. Soms vinden we (verbrand) botmateriaal: de restanten van hun voedsel.

login