Veelgestelde vragen

Waarom moet ik archeologisch onderzoek laten doen ?

Archeologische resten in de grond van ons land behoren tot het cultuurhistorisch erfgoed. De wet schrijft voor dat iedereen die door bouwactiviteiten dit bodemarchief beschadigt, de plicht heeft afdoende rekening te houden met mogelijk aanwezige archeologische waarden. Daarvoor kunt u archeologisch onderzoeksbureau De Steekproef inschakelen.

Wat gebeurt er als ik geen archeologisch onderzoek laat doen ?

Als de gemeente, de provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) archeologisch onderzoek eist, zal uw aanvraag voor een bouw- of aanlegvergunning of voor een (gedeeltelijke) herziening van het bestemmingsplan niet in behandeling worden genomen totdat het archeologisch onderzoek alsnog heeft plaatsgevonden. Uw project loopt in ieder geval maanden vertraging op. Het starten van graafwerkzaamheden zonder de benodigde vergunningen is strafbaar. Zeker als het gaat om een archeologisch terrein, levert het grote juridische problemen op en het werk kan worden stilgelegd.

Wat krijg ik voor mijn geld ?

U krijgt een prettig leesbaar rapport met alle onderzoeksresultaten. Het rapport bevat een heldere conclusie en een eenduidig advies van De Steekproef. Ook krijgt u de garantie dat ons rapport aan de wettelijke eisen voldoet en dat u wat de archeologie betreft, aan alle eisen hebt voldaan.

Voert De Steekproef ook opgravingen uit ?

Ja, De Steekproef is gecertificeerd voor elke vorm van archeologisch onderzoek op landbodems. We zijn dus ook bevoegd om archeologische opgravingen uit te voeren.

Wat is een PvE, en wanneer is dat nodig ?

PvE staat voor Programma van Eisen. In principe is er voor elk archeologisch veldonderzoek een door uw gemeente, de provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) goedgekeurd PvE noodzakelijk. Echter, bij een inventariserend archeologisch veldonderzoek (IVO) door booronderzoek kan meestal worden volstaan met een beperkt Plan van Aanpak (PvA). De Steekproef neemt in de offertes al een dergelijk PvA op.

Voorafgaand aan een archeologische begeleiding, opgraving of een omvangrijk booronderzoek is altijd een PvE noodzakelijk. Het opstellen van een PvE is eigenlijk een taak van de overheid, maar een archeologisch bureau kan het ook doen. Het PvE moet vervolgens wel door de gemeente of de provincie worden goedgekeurd. Hierna kunt u het PvE gebruiken voor het aanvragen van offertes. Soms stellen de gemeente, de provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zelf het PvE op. 

Moet ik betalen voor een offerte ?

Nee, onze offertes zijn gratis en geheel vrijblijvend.

Moet er in mijn plangebied eigenlijk wel archeologisch onderzoek worden gedaan ?

De bevoegde overheid, meestal uw gemeente, bepaalt of in een plangebied onderzoek moet plaatsvinden. In sommige gemeenten hanteert men nog Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) als leidraad. Op deze kaart wordt de trefkans op archeologische waarden aangegeven. Ligt uw plangebied geheel of gedeeltelijk in een zone met middelhoge of hoge trefkans, dan is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Steeds vaker wordt in plaats van de IKAW een gemeentelijke of provinciale archeologische verwachtingskaart gebruikt, bijvoorbeeld de FAMKE in de provincie Fryslân. 

Wilt u weten of in uw plangebied onderzoek noodzakelijk is ? Neemt u dan even vrijblijvend contact met ons op.

Hoe lang duurt archeologisch onderzoek ?

De meeste booronderzoeken kunnen binnen één dag worden afgerond. Binnen één tot twee weken ontvangt u een rapport met de uitkomsten van het onderzoek. Een inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van proefsleuven duurt, afhankelijk van het Programma van Eisen (PvE), gemiddeld één tot twee weken. Bij spoedgevallen is in overleg zeer snelle levering mogelijk.

Doet De Steekproef ook milieu-onderzoek ?

Nee, wij houden ons alleen bezig met archeologisch onderzoek en advies.

Kan archeologisch booronderzoek gecombineerd worden met milieu-onderzoek?

Dat zou kunnen, maar levert in de praktijk weinig voordelen op. Archeologisch onderzoek en milieu-onderzoek zijn namelijk heel verschillende onderzoeken. Bij archeologische boringen moet er specifiek worden gelet op bodemverkleuringen, de gaafheid van het bodemprofiel en de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals houtskoolspikkels, bewerkt vuursteenmateriaal, fragmenten aardewerk en stukjes bot. Ook moet het opgeboorde materiaal worden gezeefd, en moeten de onderzoekers in het veld letten op reliëfverschillen en archeologische indicatoren aan het oppervlak. Al deze zaken maken doorgaans geen deel uit van een milieu-onderzoek.

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd. En dan ?

De Steekproef adviseert over vervolgstappen. Na een archeologisch bureau-onderzoek of inventariserend veldonderzoek (IVO) kan het advies luiden: “geen vervolgonderzoek noodzakelijk”. Er kan echter ook vervolgonderzoek worden geadviseerd in de vorm van een waarderend booronderzoek, een archeologische begeleiding van graafwerkzaamheden of een onderzoek door proefsleuven. Na een proefsleuvenonderzoek kan geadviseerd worden om een volledige opgraving te verrichten of de vindplaats te beschermen. Dat laatste houdt in dat het plan moet worden aangepast: lokaal niet graven of het plan kan in z’n geheel niet doorgaan. De gemeente, de provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) beslist over het vervolgtraject. 

Onze adviezen worden nagenoeg altijd overgenomen. Het kan echter voorkomen dat men afwijkt van ons advies. Soms wordt ons advies tot nader onderzoek of tot behoud door de bevoegde overheid terzijde geschoven, bijvoorbeeld omdat een gemeente het economische belang van een ontwikkeling belangrijker acht dan de archeologische waarden in kwestie. Het geven van een advies is dus nadrukkelijk een andere verantwoordelijkheid dan het nemen van een beleidsbesluit, waarbij méérdere belangen tegen elkaar moeten worden afgewogen. Als onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau leggen wij onze adviezen niet vooraf ter goedkeuring voor aan de gemeente, de provincie of RCE. Dat zou onze objectiviteit namelijk in gevaar brengen.

Over ons

De Steekproef biedt opdrachtgevers in heel Nederland archeologisch onderzoek en advies van hoogwaardige kwaliteit.
Wij vinden het belangrijk om onze opdrachtgevers vlot van dienst te zijn.

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen?
Stuur een bericht.
Wij antwoorden u zo spoedig mogelijk. Of bel:

(050) 577 97 84 (030) 820 05 34

Neem hier een kijkje in de bodem
De Steekproef | archeologisch onderzoek en advies in heel Nederland

stadsbewoners

Op plekken waar belangrijke (water-)wegen elkaar kruisten vindt sinds lange tijd handel en nijverheid plaats. Door de steeds efficientere landbouw, visserij en transport konden deze plekken bevoorraad worden en uitgroeien tot steden. Dit gebeurde vanaf de vroege middeleeuwen. Eén van de eerste handelssteden in Nederland is Dorestad (Wijk bij Duurstede). In de grond onder onze steden vinden we de resten van middeleeuwse gebouwen en het bewoningsafval dat ons veel kan leren over het gedrag van de mensen uit de middeleeuwen en moderne tijd.

Gedurende de middeleeuwen maakten de steden een grote groei door. In de Gouden Eeuw woonden er in Nederland, procentueel, meer mensen in steden dan in de rest van Europa. 

Als gevolg van de vrijheidsoorlog tegen Spanje kennen we in Nederland een groot aantal vestingsteden. In en rond veel steden kunnen we sporen verwachten van grachten en verdedigingswallen of stadsmuren, bolwerken en dergelijke.

 

vroege landbouwers

Vaak op grotere diepte vinden we de sporen van de vroege landbouwculturen. Meestal zijn dat scherven aardewerk en grondsporen van boerderijen en bijgebouwen. 

Vanaf de nieuwe steentijd (begin ± 7.000 jaar geleden) wordt op ons grondgebied landbouw bedreven. De omslag van een jager-verzamelaar-economie naar een landbouw-economie is één van de meest ingrijpende maatschappelijke veranderingen die ooit hebben plaatsgevonden. De mens ging permanent op één plek wonen en begon de omgeving naar zijn hand te zetten.

Bossen werden gekapt voor de aanleg van landerijen. De mens bouwde woonstal-huizen waar men met het vee onder één dak leefde. Voor de opslag van voedsel en het bereiden ervan begon men aardewerken potten te bakken. Een andere vernieuwing uit de nieuwe steentijd was de geslepen stenen bijl. Hiermee konden bomen worden gekapt voor de bouw van boerderijen en werden bossen ontgonnen. 

Metalen gereedschap kwam beschikbaar in de bronstijd (vanaf ± 4.000 geleden). Pas 1.200 jaar later werd er in ons land ijzer gesmeed. De winning en bewerking van metaal hadden grote gevolgen: men kon betere gereedschappen maken en daarmee de landbouwproductie sterk opvoeren. Het metaal werd ook gebruik voor het smeden van betere wapens. Hoogstwaarschijnlijk door de toenemende bevolkingsdruk en de ontwikkeling van complexe samenlevingen zien we in de ijzertijd de eerste (b.v. met palenkransen) versterkte dorpen. 

De komst van de Romeinen heeft een groot effect gehad op de economie en ontwikkeling van de toenmalige boeren-samenlevingen. Dit gold met name voor de gebieden ten zuiden van de Rijn: de grens van het Romeinse rijk.

jager-verzamelaars

De oudste menselijke bewoningssporen in Nederland zijn gevonden in de Belvédère groeve in Maastricht. Hier werden stenen werktuigen gevonden in combinatie met de botten van de wolharige neushoorn. Het gaat hier om de resten van slachtplaatsen of jachtkampementen van 250.000 jaar geleden. 

Hierna volgt een lange periode waarvan we geen aanwijzingen hebben voor menselijke bewoning in onze streken. Uit de periode 60.000 tot 35.000 jaar geleden kennen we vuurstenen werktuigen van de Neanderthaler. Tot nu toe zijn er enkele tientallen vuistbijlen en enige stukken bot (voedselresten) ontdekt.

De moderne mens, onze directe voorouder, betrad het huidige Nederland aan het eind van de laatste ijstijd: rond 13.000 jaar geleden.

Zes- tot zevenduizend jaar later, na de introductie van landbouwgewassen uit het nabije oosten begon de mens zijn eigen voedsel te produceren. Gedurende een lange overgangsperiode hield men zich zowel met landbouw als met de jacht en visserij in leven.

De voorwerpen die de jagers-verzamelaars hebben achtergelaten, bestaan voornamelijk uit vuurstenen werktuigen en afval. Soms vinden we (verbrand) botmateriaal: de restanten van hun voedsel.

login