Begrippenlijst

Archeologie

Archeologie

De wetenschap die de menselijke culturen uit de pre- en protohistorie probeert te reconstrueren en te verklaren, door bestudering van de materiële resten uit deze perioden.
Waar de geschiedenis de schriftelijke bronnen uit het verleden bestudeert, houdt de archeologie zich bezig met de niet-schriftelijke restanten uit vroeger tijd. Meestal zijn dat grondsporen, want vrijwel overal waar de mens is geweest, laat hij letterlijk zijn sporen na. Bijvoorbeeld resten van huizen en andere gebouwen, sloten, afvalkuilen en graven. Maar ook boven de grond zijn archeologische overblijfselen te zien, zoals grafheuvels, hunebedden, rotstekeningen en vestingwerken.

Archeologisch bodemarchief

Het totaal aan informatie over menselijke cultuur dat in de bodem is achtergebleven en voor de archeologie waardevol is.

Archeologisch materiaal

Alle materialen in de bodem die afkomstig zijn van menselijk gebruik in de pre- of protohistorie. Bijvoorbeeld vuurstenen werktuigen, maar ook het afval dat bij het maken van dergelijke werktuigen ontstond. Het kunnen ook botresten zijn, oude bakstenen, houten palen of paalgaten en organische materialen zoals oude zaadresten, houtskool en slachtafval.

Archeologische indicatoren

Aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische materialen in de bodem. Aanwezigheid van houtskoolconcentraties in de bodem, die immers kúnnen zijn veroorzaakt door menselijk gebruik van een terrein, en terplagen zijn dergelijke indicatoren.

Archeologische resten

Archeologische sporen en archeologisch materiaal.

Archeologische sporen

Sporen in de bodem veroorzaakt door menselijk gebruik. Zo laten houten palen die zijn vergaan geen tastbaar materiaal achter in de bodem, maar alleen een spoor. Bijvoorbeeld een verkleuring. Ook oude, dichtgestorte greppels zijn dergelijke sporen. Er kunnen bijvoorbeeld baksteenresten, puinfragmenten of veenbrokken in zitten.

Archeologische vindplaats

Wordt ook wel een site genoemd. Een terrein waarin zich archeologisch materiaal bevindt.

Archeologische vondst

Elk stukje archeologisch materiaal dat ergens in of op de bodem wordt ontdekt, is een vondst.

Archeologische waarden

Alle archeologische materialen, indicatoren en grondsporen die iets kunnen vertellen over de prehistorie en protohistorie zijn archeologische waarden.

Prehistorie

De tijd waaruit geen geschreven documenten bestaan. In Noordwest-Europa vanaf 500.000 jaar geleden tot 12 v.Chr.: de steentijd, bronstijd en ijzertijd.

Protohistorie

De tijd waaruit de geschreven bronnen zeer schaars of fragmentarisch zijn: vanaf 12 v.Chr. tot 1050 n.Chr., de Romeinse tijd en vroege Middeleeuwen.

Over ons

De Steekproef biedt opdrachtgevers in heel Nederland archeologisch onderzoek en advies van hoogwaardige kwaliteit.
Wij vinden het belangrijk om onze opdrachtgevers vlot van dienst te zijn.

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen?
Stuur een bericht.
Wij antwoorden u zo spoedig mogelijk. Of bel:

(050) 577 97 84 (030) 820 05 34

Neem hier een kijkje in de bodem
De Steekproef | archeologisch onderzoek en advies in heel Nederland

stadsbewoners

Op plekken waar belangrijke (water-)wegen elkaar kruisten vindt sinds lange tijd handel en nijverheid plaats. Door de steeds efficientere landbouw, visserij en transport konden deze plekken bevoorraad worden en uitgroeien tot steden. Dit gebeurde vanaf de vroege middeleeuwen. Eén van de eerste handelssteden in Nederland is Dorestad (Wijk bij Duurstede). In de grond onder onze steden vinden we de resten van middeleeuwse gebouwen en het bewoningsafval dat ons veel kan leren over het gedrag van de mensen uit de middeleeuwen en moderne tijd.

Gedurende de middeleeuwen maakten de steden een grote groei door. In de Gouden Eeuw woonden er in Nederland, procentueel, meer mensen in steden dan in de rest van Europa. 

Als gevolg van de vrijheidsoorlog tegen Spanje kennen we in Nederland een groot aantal vestingsteden. In en rond veel steden kunnen we sporen verwachten van grachten en verdedigingswallen of stadsmuren, bolwerken en dergelijke.

 

vroege landbouwers

Vaak op grotere diepte vinden we de sporen van de vroege landbouwculturen. Meestal zijn dat scherven aardewerk en grondsporen van boerderijen en bijgebouwen. 

Vanaf de nieuwe steentijd (begin ± 7.000 jaar geleden) wordt op ons grondgebied landbouw bedreven. De omslag van een jager-verzamelaar-economie naar een landbouw-economie is één van de meest ingrijpende maatschappelijke veranderingen die ooit hebben plaatsgevonden. De mens ging permanent op één plek wonen en begon de omgeving naar zijn hand te zetten.

Bossen werden gekapt voor de aanleg van landerijen. De mens bouwde woonstal-huizen waar men met het vee onder één dak leefde. Voor de opslag van voedsel en het bereiden ervan begon men aardewerken potten te bakken. Een andere vernieuwing uit de nieuwe steentijd was de geslepen stenen bijl. Hiermee konden bomen worden gekapt voor de bouw van boerderijen en werden bossen ontgonnen. 

Metalen gereedschap kwam beschikbaar in de bronstijd (vanaf ± 4.000 geleden). Pas 1.200 jaar later werd er in ons land ijzer gesmeed. De winning en bewerking van metaal hadden grote gevolgen: men kon betere gereedschappen maken en daarmee de landbouwproductie sterk opvoeren. Het metaal werd ook gebruik voor het smeden van betere wapens. Hoogstwaarschijnlijk door de toenemende bevolkingsdruk en de ontwikkeling van complexe samenlevingen zien we in de ijzertijd de eerste (b.v. met palenkransen) versterkte dorpen. 

De komst van de Romeinen heeft een groot effect gehad op de economie en ontwikkeling van de toenmalige boeren-samenlevingen. Dit gold met name voor de gebieden ten zuiden van de Rijn: de grens van het Romeinse rijk.

jager-verzamelaars

De oudste menselijke bewoningssporen in Nederland zijn gevonden in de Belvédère groeve in Maastricht. Hier werden stenen werktuigen gevonden in combinatie met de botten van de wolharige neushoorn. Het gaat hier om de resten van slachtplaatsen of jachtkampementen van 250.000 jaar geleden. 

Hierna volgt een lange periode waarvan we geen aanwijzingen hebben voor menselijke bewoning in onze streken. Uit de periode 60.000 tot 35.000 jaar geleden kennen we vuurstenen werktuigen van de Neanderthaler. Tot nu toe zijn er enkele tientallen vuistbijlen en enige stukken bot (voedselresten) ontdekt.

De moderne mens, onze directe voorouder, betrad het huidige Nederland aan het eind van de laatste ijstijd: rond 13.000 jaar geleden.

Zes- tot zevenduizend jaar later, na de introductie van landbouwgewassen uit het nabije oosten begon de mens zijn eigen voedsel te produceren. Gedurende een lange overgangsperiode hield men zich zowel met landbouw als met de jacht en visserij in leven.

De voorwerpen die de jagers-verzamelaars hebben achtergelaten, bestaan voornamelijk uit vuurstenen werktuigen en afval. Soms vinden we (verbrand) botmateriaal: de restanten van hun voedsel.

login