Volledige opgraving
Bij een volledige opgraving wordt in Nederland meestal met een graafmachine gewerkt. Doorgaans is er eerst een inventariserend veldonderzoek (IVO) door proefsleuven uitgevoerd, ook wel een verkennende opgraving genoemd. In feite is een proefsleuvenonderzoek een opgraving met beperkingen.
Onderzoek van alle archeologische sporen
Bij een volledige opgraving worden vrijwel alle archeologische sporen die aan het licht komen geheel ‘afgewerkt’: op hun aard en inhoud onderzocht. Dit houdt in dat alle sporen (grondverkleuringen) die geen duidelijk natuurlijke oorzaak hebben, worden opgetekend, gefotografeerd, bemonsterd en met een troffel of schep worden doorzocht op archeologische materialen, zoals aardewerk en bewerkt vuursteen. Voor het opsporen van metalen voorwerpen onderzoeken we de sporen en het gebied eromheen met een metaaldetector. Vrijwel al het materiaal wordt systematisch verzameld en, als dat nodig is, geconserveerd.

Geografisch informatiesysteem
Op kantoor bestuderen we de in het veld verzamelde gegevens. De veldtekeningen met sporen en vondstverspreidingen worden ingevoerd in een geografisch informatiesysteem (GIS). Zo zijn ze goed te analyseren en onderling te vergelijken. In dit informatiesysteem kunnen ook foto’s van sporen of voorwerpen worden opgeslagen.

