Proefsleuven

Door één of meer proefsleuven aan te leggen, kunnen we in een plangebied de precieze aard en omvang van de archeologische sporen en structuren (bijvoorbeeld muurresten) vaststellen.

De grondsporen die we bij een proefsleuf kunnen aantreffen, kunnen resten zijn van afvalkuilen, sloten, menselijke begravingen en paalgaten. Paalgaten zijn soms tot boerderijplattegronden of andere gebouwen te herleiden. Archeologisch materiaal zoals aardewerk en bewerkt vuursteen dat zich aan het nieuw gegraven oppervlak bevindt, wordt systematisch verzameld en geconserveerd.

Beperkt aantal monsters en een klein aantal vlakverdiepingen
Het doel van een proefsleufonderzoek is het bepalen van de aard, datering, gaafheid en omvang van de archeologische sporen zonder deze onnodig te verstoren. Er wordt slechts een beperkt aantal monsters genomen en een klein aantal vlakverdiepingen toegepast. Dit in tegenstelling tot een volledige opgraving, waarbij zoveel vlakken worden aangelegd als nodig is om alle vondstlagen volledig te onderzoeken. De archeologische sporen worden daarbij geheel verwijderd.

Datering van de vindplaats
Aan de hand van de verzamelde scherven aardewerk of bewerkt vuursteenmateriaal is de onderzochte vindplaats vaak goed te dateren. Ook kan bijvoorbeeld een aangetroffen boerderijplattegrond op typologische gronden aan een bepaalde periode worden toegeschreven. Soms kan alleen een natuurwetenschappelijke methode uitsluitsel geven over de datering van de vindplaats. De meest gebruikte is de koolstof-14-methode, waarmee we organische materialen zoals hout, bot en gewei redelijk nauwkeurig kunnen dateren.

Wetenschappelijke waarde van een archeologische vindplaats
Het doel van archeologisch onderzoek is het verkrijgen van kennis over het verleden. Archeologische waarden (sporen en voorwerpen) zijn echter niet allemaal even waardevol. In hoeverre archeologische vindplaatsen een bijdrage kunnen leveren aan onze kennis van het verleden hangt onder andere af van de gaafheid, de zeldzaamheid, de datering en de zogeheten kennislacunes: de aspecten uit het verleden waar we niets of te weinig van weten.

Met behulp van een proefsleuvenonderzoek kunnen we de wetenschappelijke waarde van een archeologische vindplaats vaststellen, en wat voor soort vervolgonderzoek er daarna eventueel nog moet worden uitgevoerd.

Terug

Offerte aanvragen